Professionele vergelijking warmtepomp-WarmtelinQ leidt tot heftige conclusies.

 

 

 

Cent van Vliet, bestuurslid NEM

Recent heeft de Regionale Expertgroep Duurzaam Energiesysteem (REDE) een gedetailleerde vergelijking gemaakt tussen de Warmtepomp en de WarmtelinQ. Dit naar aanleiding van het onderzoeksrapport van Haskoning over de kosten van de WarmtelinQ. De leden van de expertgroep wonen in de Leidse regio en zetten zich actief in voor de energietransitie. Zij beschikken over relevante expertise vanuit hun professionele achtergronden en het zijn het praktische doeners met ruime ervaring. Ze treden onafhankelijk op.

De conclusies van het rapport liegen er niet om. Samengevat zijn deze:

  • De WarmtelinQ is duurder voor bewoners dan warmtepompen;
  • De nationale kosten van de WarmtelinQ liggen hoger dan bij warmtepompen (in plaats van lager);
  • De kosten van de netverzwaring zijn niet doorslaggevend in de vergelijking;
  • De WarmtelinQ is niet aardgasvrij.

‘Warmtepompen zijn goedkoper voor bewoners en bedrijven dan warmte uit Rotterdam die met het nieuwe warmtenet WarmtelinQ naar de Leidse regio wordt getransporteerd. Ook voor de maatschappij blijkt de balans tussen beide opties in het voordeel van de warmtepompen uit te slaan. De totale nationale kosten zijn lager voor warmtepompen. De kosten voor netverzwaring zijn niet doorslaggevend in de financiële afweging tussen beide opties’, stelt REDE.  Met de WarmtelinQ worden de doelen niet gehaald om gebouwen vanaf 2050 aardgasvrij te verwarmen. Het is heftig te lezen dat de WarmtelinQ ‘over 30 jaar een 8,5 keer hogere CO2 uitstoot heeft in vergelijking met het all-electric scenario.’

Volgens Haskoning zijn de nationale kosten juist lager voor een scenario met warmte uit Rotterdam dan voor een scenario met warmtepompen. De Expertgroep: ‘In meerdere beleidsstukken wordt deze conclusie inmiddels als vast uitgangspunt aangehouden. Tegelijkertijd concludeerde Haskoning dat WarmtelinQ zonder aanvullende subsidies duurder is voor bewoners en bedrijven dan warmtepompen.’ De groep komt tot een geheel andere conclusie. ‘Nadat alle kostenposten, onderliggende uitgangspunten en aannames één voor één zijn nagelopen, blijkt na bijstelling dat de stellige conclusie van Haskoning over de nationale kosten niet houdbaar is. Warmtepompen zijn waarschijnlijk goedkoper en WarmtelinQ duurder voor de maatschappij én voor bewoners en bedrijven.’

De expertgroep ontdekte dat de netverzwaringskosten sterk worden overschat. Er zitten daarnaast  dubbeltellingen in bij warmtepompen en er zijn ten onrechte verzekeringskosten meegenomen. Bovendien zijn er opvallende slordigheden en fouten ontdekt. Ten slotte zijn er risico’s en onzekerheden ontdekt voor een bedrag van ongeveer een half miljard euro ten nadele van warmtepompen. Deze zijn evenwel (nog) niet in de vergelijking meegenomen.

Het D66 raadslid Antje Jordan heeft inmiddels naar aanleiding van het rapport vragen gesteld aan het college van B&W. Ze vraagt om een oordeel over het rapport en een heroverweging van de voorkeur van het college voor de WarmtelinQ.

“Het is duidelijk dat het belang van objectieve controleerbare gegevens en een gelijkwaardige behandeling van de verschillende alternatieven voor verwarmen en koelen weer op de agenda staat. Dat past geheel in de lijn die Nieuwe Energie Merenwijk heeft gekozen”, aldus bestuurslid Cent van Vliet.

Cent van Vliet

Je kunt het rapport hier vinden.