Al jaren zijn de huidige bestuursleden van NEM overtuigd dat een wijkverwarming die met een lage temperatuur werkt (een ZLT-net), dé oplossing is voor de Merenwijk. Het is eenvoudiger, goedkoper, flexibeler, dan andere systemen. Het kan zelfs koelen in de zomer en het bespaart het meeste CO2. Daarmee is een ZLT-net veel beter dan de aansluiting op het hogetemperatuurnet van de gemeente en Vattenfall.
Oscar Gennissen

Wat is een ZLT-net eigenlijk?
Het systeem bestaat uit eenvoudige, ongeïsoleerde pvc-leidingen, een aantal ondergrondse warmte-koude-opslagreservoirs (WKO’s) en verdeelstations. In ons geval zou het gevoed worden door restwater van de rioolwaterzuivering van Rijnland. ’s Zomers wordt dat relatief warme water in de WKO’s opgeslagen; ’s winters wordt het naar de huizen gebracht. Bij de woning komt dan water aan van circa 15 graden. Dat is te koel om direct te verwarmen of te douchen, dus wordt het water verder opgewarmd door een water-water warmtepomp in of bij de woning.
De voordelen op een rij:
- Een water-water warmtepomp is aanzienlijk efficiënter dan de gewone (lucht-water) warmtepomp, en kan ook warmer water leveren. Met dit warmere water kun je douchen en kun je ook huizen verwarmen die nog niet goed zijn geïsoleerd en geen vloerverwarming of lagetemperatuurradiatoren hebben.
- Het systeem kan ’s zomers ook koelen, iets wat een hogetemperatuurnet niet kan.
- De aanleg is technisch eenvoudig: de leidingen liggen ondiep (op zo’n 80 centimeter onder het trottoir) en het systeem kent geen hoge druk of hoge temperatuur, wat aanleg, onderhoud en veiligheid vereenvoudigt en waardoor minder technisch personeel nodig is.
- Omdat de aanlegkosten zoveel lager liggen dan bij een hogetemperatuurnet, hoeven naar verwachting veel minder huizen aangesloten te zijn om financieel uit te kunnen. Dat maakt een aanpak mogelijk die vergelijkbaar is met de uitrol van glasvezel: het netwerk wordt aangelegd en `loopt vol` doordat bewoners aansluiten op het moment dat het hén uitkomt, in plaats van dat iedereen tegelijk verplicht wordt aan te sluiten.
- Dat sluit goed aan bij onze wijk: de Merenwijk vergrijst, en bij vrijwel elke woningverkoop zien we een grondige verduurzaming. Zo’n verbouwing is een logisch natuurlijk moment om aan te sluiten op een ZLT-net.
- Omdat de bron lokaal is, is het transportverlies minimaal.
- Een ZLT-netwerk is robuust, maar ook toekomstbestendig: warmtepompen gaan zo’n 15 tot 20 jaar mee, en juist op dat vlak gaat de innovatie snel — vervanging is dus tegelijk een kans om te blijven verbeteren.
En de aandachtspunten:
- Bewoners hebben zelf een warmtepomp nodig. Dat vraagt een investering en ruimte, ook al is die vaak lager dan bij alternatieven. De coöperatie kan hierbij een rol spelen, bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop te organiseren of door bewoners te helpen bij het vinden van duurzame leningen en subsidieregelingen.
- Voldoende WKO-capaciteit is nodig, en daarvoor is een vergunning van de provincie vereist — dat traject moet nog worden doorlopen.
Al met al lijkt dit ZLT-systeem ons, na jaren van onderzoek en discussie, een van de weinige werkelijk haalbare en betaalbare collectieve oplossingen voor de warmtetransitie van de Merenwijk.
Uiteraard bepaalt NEM niet hoe de wijk gaat verduurzamen. Dat doen de bewoners van de Merenwijk gezamenlijk. Bijvoorbeeld door de enquête hierover in het najaar in te vullen, of door lid te worden van NEM. En tot slot: je bent niet verplicht om aan te sluiten op een netwerk dat je niet zint. Zelf een warmtepomp aanschaffen kan ook.